tweede kamer

De mondkapjesplicht die per 1 december is ingevoerd in Nederland berust op slechts één wetenschappelijk rapport. Maar uit dat rapport blijkt helemaal niet dat mondkapjes werken. Integendeel: er blijkt uit dat ze leiden tot méér risico’s voor zowel de drager als de omgeving. Toch hebben regering en parlement de mondkapjesdwang doorgezet.

Per 1 december is in Nederland de “Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen covid-19” ingegaan. Een ingrijpende regeling die verregaande vrijheidsbeperkingen oplegt aan alle burgers in Nederland en die het grondwettelijke recht op lichamelijke integriteit opzij zet. Je zou denken dat zo’n regeling zwaar wetenschappelijk is onderbouwd en berust op urgente medische noodzaak. Niets is minder waar.

In de Regeling wordt welgeteld verwezen naar één wetenschappelijk rapport, van het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC). In de Regeling wordt de mondkapjesplicht als volgt onderbouwd:

Volgens het advies van het Outbreak Management Team (OMT) (1) van 4 mei 2020 volgt uit een publicatie (2) dat niet-medische mondkapjes de verspreiding van het virus tegen kunnen gaan in situaties waarin voldoende afstand houden niet altijd lukt, zoals in het openbaar vervoer. Dit geldt in het bijzonder voor verspreiding door personen die nog geen symptomen vertonen, ervan uitgaande dat personen met klachten zich isoleren en afstand houden. Volgens de publicatie houden de meeste materialen in niet-medische mondkapjes druppels die geproduceerd worden door de drager van het mondkapje in enige mate tegen. Veel mondkapjes zorgen op deze manier voor bescherming van de omgeving als een patiënt met het virus een niet-medisch mondkapje draagt. Volgens het OMT-advies van 13 oktober 2020 hebben niet-medische mondkapjes daarmee mogelijk een positief effect om de verspreiding van het virus tegen te gaan, met name door presymptomatische verspreiding van het virus vanuit de drager van het mondkapje. (3) In dit advies schrijft het OMT verder dat het effect van breed niet-medisch mondkapjesgebruik groter wordt naarmate sprake is van een toenemend aantal besmettingsgevallen.”

De publicatie waar in voetnoot 2 naar wordt verwezen (voetnoten 1 en 3 verwijzen naar de adviezen van het OMT die gebaseerd zijn op deze publicatie) is: European Centre for Disease Prevention and Control. Using face masks in the community: Reducing COVID19 transmission from potentially asymptomatic or pre-symptomatic people through the use of face masks, 8 April 2020. Stockholm: ECDC; 2020. https://www.ecdc.europa.eu/sites/default/files/documents/Use%20of%20face%20masks%20in%20the%20community_NL.pdf. Van dit artikel is ook een Nederlandse versie beschikbaar (zie bijlage), waaruit we hier citeren.

Het eerste dat opvalt is dat de publicatie dateert uit april 2020. Het consultatiedocument waarop de Regeling is gebaseerd is in november naar de Tweede Kamer gestuurd. Tussen april en november kon de regering blijkbaar geen aanvullend bewijs vinden voor de mondkapjesplicht. Tweede opmerking: er is een overstelpende hoeveelheid wetenschappelijke literatuur waaruit blijkt dat mondkapjes niet werken tegen virusverspreiding en schadelijk zijn (zie het literatuuroverzicht op onze website), maar daar wordt in het geheel niet naar verwezen in het artikel.

Dan de inhoud van het ECDC artikel. Wie dit document leest, valt al snel van de ene verbazing in de andere. Van een wetenschappelijke onderbouwing voor een mondkapjesplicht, zoals in de Regeling omschreven, is geen sprake!

Het ECDC artikel maakt onderscheid tussen medische mondmaskers en niet-medische mondmaskers. Over medische mondmaskers is de ECDC niet heel duidelijk. De onderzoekers schrijven onder meer:

“Medische mondmaskers worden aanbevolen als middel voor controle aan de bron voor symptomatische personen, om de verspreiding van ademhalingsdruppeltjes door hoesten of niezen te voorkomen…. . Het is aangetoond dat bij gebruik van medische maskers voor beheersing aan de bron minder ademhalingsdruppeltjes met respiratoire virussen vrijkomen, zodat het gebruik ervan wordt aanbevolen om de overdracht van tuberculose en influenza te beperken.”

Verder staat er:

“Er zijn tegenstrijdige onderzoeksbevindingen met betrekking tot het beschermende effect voor de drager van medische mondmaskers als het om influenza-achtige ziekten (IAZ) en door laboratoriumonderzoek bevestigde influenza in huishoudens gaat. Vanwege het gebrek aan bewijs wordt tot dusver niet aanbevolen dat mensen die niet ziek zijn of geen zorg verlenen aan een patiënt een masker dragen om de overdracht van influenza of COVID-19 te verminderen.”

Dus om jezelf te beschermen hoef je het niet te doen, en om verspreiding te voorkomen – mwah, het leidt tot het vrijkomen van “minder ademhalingsdruppeltjes”. Hoeveel minder? Dat zou toch leuk zijn om te weten, maar het wordt niet vermeld.

Kwalijker echter is dat de onderzoekers ook verzuimen te vermelden dat corona- en influenza-virussen zich niet alleen via druppels verspreiden, maar ook – en waarschijnlijk vóóral – via aerosolen. Hier wordt later in het rapport nog wel iets over gezegd, in de zin dat verspreiding óók mogelijk is via aerosolen, maar de mate waarin dat gebeurt wordt niet gekwantificeerd. Wat het ECDC daarbij verzuimt uit te leggen is dat aerosolen vele malen kleiner zijn dan druppels en dat geen enkel masker ze tegenhoudt. De onderbouwing voor het dragen van medische mondkapjes is dus flinterdun – wat ook uit vele andere studies blijkt.

Maar dit gaat dus nog allemaal over medische mondmaskers. Kijk echter nog even naar het citaat uit de Regeling hierboven. Daar wordt letterlijk gezegd dat “niet-medische mondkapjes de verspreiding van het virus tegen kunnen gaan”. Niet-medische mondkapjes zijn ook wat de Nederlandse bevolking wordt gedwongen te dragen. De boude bewering van de regering, dat “niet-medische mondkapjes de verspreiding van het virus tegen kunnen gaan”, blijkt echter volstrekt niet wetenschappelijk te worden onderbouwd in het artikel.

In het ECDC-artikel lezen we:

Er zijn geen aanwijzingen dat niet-medische mondmaskers of andere gezichtsbedekkingen een effectief middel voor ademhalingsbescherming zijn voor de drager van het masker. Over het geheel genomen bleken verschillende niet-medische mondmaskers een zeer laag filterrendement te hebben (2–38%). In één onderzoek bleek het gebruik van katoenen chirurgische maskers een hoger risico (!) op penetratie van micro-organismen en influenza-achtige ziekteverwekkers op te leveren dan niet-gebruik van maskers.”

En:

“Er is beperkt indirect bewijs waaruit blijkt dat van verschillende materialen vervaardigde niet-medische mondmaskers de afgifte van door hoesten vrijkomende ademhalingsdruppels in de omgeving kunnen verminderen, maar er zijn aanwijzingen dat niet-medische mondmaskers als middel voor beheersing bij de bron minder effectief zijn dan medische maskers. Er zijn geen vastgestelde normen voor zelfgemaakte niet-medische mondmaskers. Een van de voordelen van niet-medische mondmaskers van stof of ander textiel is dat ze gemakkelijk kunnen worden gemaakt en kunnen worden gewassen en hergebruikt.”

Met andere woorden, hier staat: niet-medische mondmaskers bieden geen bescherming voor de drager, integendeel, ze leveren eerder een hoger risico op! Zou de regering dat niet nog even kunnen laten weten aan al die mensen die uit angst een mondkapje dragen?

Voor wat betreft het tegengaan van de verspreiding van het virus, zou er “beperkt indirect bewijs” zijn dat afgifte zou “verminderen”. Hoeveel verminderen? Geen antwoord. Hoe zit met het aerosolen? Geen antwoord.

Dat “beperkt indirect bewijs” dan voor deze (niet-gekwantificeerde) “vermindering”? Hoe zit het daarmee? Het enige “bewijs” dat wordt genoemd is dit:

“In één [!] onderzoek uit China werd een verband gelegd tussen het dragen van een mondmasker en een lager risico op SARS bij personen zonder bekend contact met SARS-patiënten. Het is niet bekend of het gebruik van deze maskers in de openbare ruimte verband houdt met de lagere COVID-19-percentages die in sommige van deze landen worden waargenomen, omdat maskergebruik slechts een van de vele responsmaatregelen en -praktijken is die in deze landen zijn toegepast en daar meer aandacht wordt besteed aan praktijken op het gebied van ademhalingsetiquette en handhygiëne dan elders.”

That’s it. Dit is de totale wetenschappelijke basis voor de draconische mondkapjesplicht die ons door de strot is geduwd. Eén onderzoek uit China dat niets bewijst.

Dit is wat de regering in november naar de Tweede Kamer stuurde in de consultatieversie van de Regeling – en die door een grote meerderheid in de Tweede Kamer gewoon doodleuk is geaccepteerd.

En dit is nog niet eens het hele verhaal, want in het ECDC-rapport worden nog diverse andere waarschuwingen gegeven die de onderbouwing nóg verder onderuit halen. Zo wordt gemeld:

“Het gebruik van mondmaskers kan een vals gevoel van veiligheid geven, wat leidt tot suboptimale fysieke afstand, slechte ademhalingsetiquette en handhygiëne – en zelfs niet thuisblijven als iemand ziek is.”

Weet u nog, dat de burgemeesters van Amsterdam en Rotterdam afgelopen zomer mondkapjes in de openbare ruimte voorschreven, niet omdat ze werken, maar omdat ze ervoor zouden zorgen dat mensen zich dan beter aan de regels zouden houden? Dat wordt in dit rapport – uit april – al onderuit gehaald.

En wat te denken van deze waarschuwing:

“Het risico bestaat dat onjuiste verwijdering van het mondmasker, de omgang met een besmet mondmasker of een sterkere neiging om het gezicht aan te raken tijdens het dragen van een mondmasker door gezonde personen het risico op overdracht juist vergroot.”

Dit is natuurlijk precies wat er in de praktijk gebeurt!

Waar de onderzoekers hier indirect naar verwijzen (zonder het eerlijk te zeggen, zoals wetenschappers zouden horen te doen), is het simpele feit dat een masker wel druppels kan tegenhouden, maar dat daarmee het virus nog niet is verdwenen. De virusdeeltjes (voor zover ze in druppels zitten en daar mee worden uitgestoten, dan laten we de aerosolen wederom buiten beschouwing) blijven gewoon achter op het mondkapje – en verzamelen zich daar. Farmaceutisch expert Roger W. Koops noemt mondkapjes daarom “de virushemel”.

Er volgen in het artikel nog een aantal bizarre “argumenten en bewijzen vóór het gebruik van gezichtsmaskers”, zoals het feit dat ze “in Azië veel worden gedragen”, en dat maskers van textiel “gemakkelijk kunnen worden geproduceerd”, waardoor ze “wasbaar en herbruikbaar” zijn. Fijn! Daar worden een aantal harde “argumenten en bewijzen tegen het gebruik van mondmaskers” tegenover gezet, die vervolgens in de conclusies worden genegeerd.

Die “conclusies” (“het gebruik van mondmaskers in het openbare leven kan worden overwogen …”), vormen een wetenschappers onwaardige verzameling van vage suggesties die beleidsmakers blijkbaar wilden horen en die het ECDC ze als kruimels toewerpt. Het meest ontluisterende van dit flinterdunne verhaal is dat de onderzoekers, zoals gezegd, al het wetenschappelijke bewijs dat mondkapjes niet werken en zelfs schadelijk zijn, volstrekt negeren. De auteurs van dit stuk zouden wat mij betreft op de lijst mogen worden gezet van de u-vraagt-wij-draaien-club.

Maar het meest verontrustende is natuurlijk dat regering en de Tweede Kamer de mondkapjesplicht – een ongrondwettelijke, schokkende dwangmaatregel die ver over de grens gaat van wat de overheid haar burgers mag aandoen – op grond van dit document rechtvaardigt, terwijl expliciet melding wordt gemaakt van een vergroot risico voor zowel drager van het mondkapje als de omgeving. We mogen hopen dat zij inmiddels tot inkeer zijn gekomen en dat zij de Regeling, die per 1 maart afloopt, niet zullen verlengen.