Rechtspraak

In diverse Europese landen hebben rechters de afgelopen tijd mondkapjesdwang onwettig verklaard. In Nederland nog niet. Een kort geding op 28 januari kan hier verandering in brengen. In Duitsland heeft een rechter het hele coronabeleid afgeschoten.

De afgelopen week werd bekend dat een Brusselse politierechter op 12 januari een man heeft vrijgesproken, die een boete aanvocht wegens het niet-nakomen van de mondkapjesplicht. De man droeg in augustus vorig jaar geen mondkapje tijdens een bezoek aan een overdekte markt in Anderlecht, België, en werd daarvoor op de bon geslingerd door agenten.

De rechter oordeelde dat het overal en altijd verplichten van een mondmasker buitenproportioneel is en in tegenspraak met het universeel recht op vrijheid van beweging. Bovendien zou de mondmaskerplicht per wet geregeld moeten worden en niet per ministerieel besluit, oordeelde de rechter, en is daarom ongrondwettelijk.

“Dit is verstrekkend”, reageert Helene Alexandris, de advocate van de gedagvaarde. “Het is het eerste vonnis dat zo ver gaat dat het de mondmaskerplicht toetst aan de grondwet. Het is mogelijk dat andere rechters zich hier nu ook op gaan baseren.” Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden stelde in een reactie dat het ministerieel besluit in kwestie “overeind blijft”.

De uitspraak in België volgt op drie eerdere uitspraken in Europese land. Op 23 december oordeelde het hooggerechtshof van Bosnië en Herzegovina dat mondkapjes en bewegingsbeperkingen schending van de mensenrechten zijn. Volgens het hof is het verbod op beweging en het verplicht dragen van beschermende maskers een inmenging in de fundamentele mensenrechten en vrijheden die worden gegarandeerd door de grondwet van het land en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Eveneens op 23 december verklaarde het Oostenrijks hooggerechtshof de  mondkapjesplicht op scholen ongrondwettig. De rechtbank achtte de noodzaak voor een mondkapjesplicht op scholen onvoldoende bewezen, meldde de Oostenrijkse publieke omroep.

Een dag later oordeelde een rechter in het Franse departement Ariège de mondmaskerplicht illegaal.

In Nederland oordeelde een rechter in Amsterdam in een kort geding van Ab Gietelink en Viruswaarheid op 20 augustus dat de mondkapjesplicht destijds in de stad was toegestaan – tot grote verbazing overigens van de meeste experts. “Een puur politieke uitspraak,” verklaarde een advocate tegenover Ademvrij.

“Het verplichten van het dragen van een mondkapje is wettelijk gezien niet mogelijk”, stelde Jan Brouwer, hoogleraar Recht en samenleving aan de Rijksuniversiteit Groningen destijds op de aankondiging dat Rotterdam en Amsterdam vanaf 5 augustus het dragen van een mondkapje verplicht gingen stellen. “Dit is een indirect middel om gedrag te veranderen; dat mag simpelweg niet…. Je mag met een noodverordening van de wet afwijken, maar niet van de Grondwet”.

Het verplichten van het dragen van een mondkapje is wettelijk gezien niet mogelijk”, stelt Jan Brouwer, hoogleraar Recht en samenleving aan de Rijksuniversiteit Groningen op de aankondiging dat Rotterdam en Amsterdam vanaf 5 augustus het dragen van een mondkapje verplicht stellen. “Dit is een indirect middel om gedrag te veranderen; dat mag simpelweg niet.” “Je mag met een noodverordening van de wet afwijken, maar niet van de Grondwet”.

Het opmerkelijke in de uitspraak was dat dat de rechter wél erkende dat mondkapjes een inbreuk op die persoonlijke levenssfeer zijn: “Maar een beetje,” aldus een andere hoogleraar, Wim Voermans van de Universiteit Leiden. “Dat kan dus niet.”

Op 28 januari dient bij de rechtbank in Den Haag een nieuw kort geding, dit maal gericht tegen de mondkapjesplicht op middelbare scholen. Het is aangespannen door de stichting Ik Wil Gewoon Naar School, die door Ademvrij wordt gesteund.

Hierover hebben wij eerder bericht, zie hier en hier

Een interview met twee van de initiatiefnemers van Ik Wil Gewoon Naar School, Daniel Pardoen en Nicole ter Borgh, kunt u hier zien op Café Weltschmerz.

Een ander mogelijk belangrijke gerechtelijke uitspraak is gedaan in Thüringen op 22 januari in een zaak aangespannen door de Duitse advocaat Reiner Fuellmich. Daar oordeelde het hof dat alle maatregelen die zijn genomen met betrekking tot de Covid-‘pandemie’ geen grond hebben. De maatregelen zijn gebaseerd op de hoofdveronderstelling dat ziekenhuizen overbelast zouden worden en de toestroom van patiënten niet aan zouden kunnen. Fuellmich voerde aan dat het beleid van de Duitse regering er juist op was gericht om ziekenhuizen te sluiten en noodbedden op te heffen.

De conclusie van de jury was klaarblijkelijk dat het virus nooit epidemische proporties heeft aangenomen en dat de maatregelen feitelijk mensen doden en dodelijker zijn dan het virus zelf. Verder stelt hij dat de genomen maatregelen in strijd zijn met de grondwet.

Fuellmich werkt samen met een aantal andere advocaten in binnen- en buitenland die het coronabeleid langs juridische weg bestrijden. De bredere implicaties van de uitspraak in Thüringen zijn bij het schrijven van dit artikel nog onbekend.