winkelwagentje

Vandaag had ik een zakelijke afspraak met een computer-reparateur uit mijn netwerk en directe woonomgeving. Tijdens het repareren kwam het gesprek, hoe kan het ook anders, op het dragen van mondkapjes in winkels.

Hij is het type man dat niet vóór is, maar het makkelijker vindt er een op te doen om ‘gezeur’ te voorkomen. Toen ik hem vertelde dat ik er nog nooit een gedragen heb, in geen enkele winkel, geloofde hij mij niet.

Ik besloot hem mee te nemen naar de supermarkt, hij moest ook boodschappen doen, en ik vertelde dat ik hem zou laten zien wat er gebeurt als je de angst loslaat en vol zelfvertrouwen naar binnenstapt.

We hadden geluk. Er stond een ‘verse’ (lees nieuwe/ onbekende) beveiliger bij de ingang. Ik draaide mij om naar mijn ‘gast’ en ik zei tegen hem: “het is aan jou wat je nu doet, ik zal je beslissing respecteren maar IK ga naar binnen zonder mondkapje.”

Hij antwoordde: “ik ben hem vandaag vergeten.”

Probleemloos liepen we voorbij de beveiliger die ons zelfs redelijk vriendelijk groette. Ik zag mijn ‘gast’ steeds meer ontspannen raken. Wel viel het op dat hij erg veel in mijn buurt bleef en blijkbaar hetzelfde avondeten in gedachten had als ik, maar dat terzijde.

Na de kassa kon hij zijn enthousiasme bijna niet verhullen en hij zei: “zag je hoe die man bij de groenten naar mij keek omdat ik geen mondkapje droeg?”

En ik zei: “zeker zag ik dat. Maar zag jij dat diezelfde man net achter jou stond bij de kassa en toen ineens zijn mondkapje onder zijn kin droeg?”

“Nee”, zei mijn gast, “daar had ik niet op gelet.”

Ik antwoordde: “dat is stap twee, dat je dat soort dingen gaan opvallen. Stap drie is dat je er van gaat genieten. En de laatste stap is. Dat dit weer gewoon is.”