kapper aan huis

Per 1 december is er een beperkte mondkapjesplicht van kracht. Dit is in publieke binnenruimtes, stationsgebouwen en op luchthavens. Voor publieke plaatsen met zowel een publieke binnen- als buitenruimte, is het uitsluitend in de publieke binnenruimte verplicht.

De definitie van een publieke ruimte, ook wel openbare ruimte genoemd, is dat de ruimte voor iedereen vrij toegankelijk is. Zie bijvoorbeeld: https://nl.wikipedia.org/wiki/Openbare_ruimte

Als mensen alleen op afspraak een ruimte mogen betreden; eerst aanbellen, alleen op afspraak, etc.. dan lijkt er geen sprake te zijn van een ‘publieke binnenruimte’ in de zin van de “Ministeriële regeling mondkapjesplicht”. In andere situaties waar de eigenaar van ‘een ruimte’ mensen specifiek – wel of niet – kan toelaten, lijkt er daarom ook geen sprake van mondkapjesplicht.

In de gemeentewet wordt gesproken over “een voor het publiek openstaand gebouw” en dat daarbij van belang is, de wijze waarop onder normale omstandigheden dat gebouw wordt gebruikt. Als genoemd voorbeeld in de gemeentewet: “Als een restaurant normaal gesproken publiekelijk open is en er vind een keer een besloten feest plaats, dan is het een voor het publiek toegankelijk gebouw”.

Tevens zijn er uitzonderingen op de mondkapjesplicht ook binnen de publieke binnenruimtes.

Personen die vanwege een beperking of ziekte geen mondkapje kunnen dragen, opzetten of daarvan ernstig ontregeld kunnen raken, hoeven geen mondkapje te dragen mits ze dat aannemelijk kunnen maken. Zoals Minister van VWS, De Jonge, aangaf tijdens de commissievergadering van 24-11-2020: “Een puffertje laten zien is genoeg, zo moeilijk is dat toch niet”. Medische gegevens hoef je niet te laten zien en de grenzen van privacy in het algemeen zijn hier snel in het geding ten opzichte van “aannemelijk maken”.

Een beheerder van een publieke binnenruimte kan er daarom genoegen mee nemen dat je, op verzoek, aangeeft te vallen onder artikel 2a.4 van de uitzonderingen zonder verdere uitleg. Daarmee geeft de beheerder vertrouwen aan in de medemens en wordt voldaan aan de zorgplicht die een beheerder heeft. Wellicht kan de beheerder zich ook beter bezighouden met ventilatie, ionisatie en eventueel melders en ervan uitgaan dat iemand die geen mondkapje opheeft, voldoet aan 2a.4.

Mocht je geen toegang krijgen tot een publieke binnenruimte en je hebt wel voldaan aan het verzoek onder 2a.4 dan is het een optie om de eigenaar van de betreffende publieke binnenruimte aansprakelijk te stellen (te dagvaarden) nadat je een schriftelijke verklaring tot ontzegging hebt opgevraagd. Huisregels mogen niet indruisen tegen de wet.  Dit zou ook kunnen naar de persoon zelf die je de toegang tot de ruimte ontzegt, zie artikel 284 Wetboek van Strafrecht: https://maxius.nl/wetboek-van-strafrecht/artikel284
Dat zou ook kunnen naar een handhaver die je ten onrechte de toegang tot een ruimte ontzegt:
https://maxius.nl/wetboek-van-strafrecht/artikel365

Of een inperking op de lichamelijke integriteit, zoals opgenomen in artikel 10 en 11 van de Nederlandse grondwet, überhaupt mogelijk is op basis van de toelichting in de Ministeriële regeling, is maar zeer de vraag. Artikel 10 en 11 van de grondwet mogen niet getoetst meer worden door de rechter, maar komen in iets andere vorm ook terug in de UVRM (Universele Verklaring van de Rechten van de Mens) en de EU grondwet waar een rechter wel op mag toetsen (Zie Artikel 94 NL grondwet).

Er zijn mensen die deze inperking als vreselijk ervaren en dan horen dat een mondkapjesplicht wordt ingesteld om “Een mogelijk restrisico te elimineren (Hugo de Jonge) als er een hoog aantal besmettingen is” en om “helder en duidelijk te communiceren”. Hoe zouden deze mensen zo’n boodschap ervaren?

De proportionaliteit, subsidiariteit en doeltreffendheid is in de regeling niet helder en duidelijk gecommuniceerd. Feitelijke, goed onderbouwde argumentatie ontbreekt, zoals de Nederlandse Orde van Advocaten heeft betoogd.

Er is steeds meer regelgeving rondom corona en ook regelgeving die iedere paar weken weer kan wijzigen. Voor een normaal mens die ook andere bezigheden heeft, is er geen touw meer aan vast te knopen. De vraag komt op of als je burger de wet nog wel moet kennen in een dergelijke situatie. (De kans dat een handhaver de wet ook niet meer goed interpreteert, is levensgroot. Waar zijn we dan aanbeland?).

Tenslotte, staat in de regeling dat het mondkapje “de verspreiding van virussen en andere ziektekiemen moet tegen gaan” en niet van medische kwaliteit hoeft te zijn. Navraag bij leveranciers van mondkapjes leert dat ze “medische mondkapjes” aanbevelen omdat andere mondkapjes geen garanties bieden, maar ook de medische variant biedt geen garanties. “Medische mondkapjes” worden, door uitspraken van kabinet en RIVM, nog steeds niet aangeraden omdat er dan een tekort kan ontstaan voor professionals die ze (echt) nodig hebben. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/openbaar-en-dagelijks-leven/mondkapjes/geschikte-mondkapjes 

Bovenstaande artikel is slechts mijn persoonlijke gedachte, er kan geen juridische waarde aan worden ontleend en er wordt, juist niet (!), opgeroepen om tegen de wet te handelen voor zover deze wet- en regelgeving luid en duidelijk is.

N.B. Een lezer kwam nog met een interessante suggestie: maak van je bedrijf een besloten club! Een kappersclub of kledingclub waar mensen lid van kunnen worden, is misschien een manier om de mondkapjesplicht te omzeilen. Zie de website www.ademvrijbijmij.nl voor “mondkapjesvrije” winkels en dienstverleners.