poster in winkel

Het is 1 december, vastbesloten rij ik naar de Lidl bij ons in de wijk. Vandaag ging het mondkapjes verbod in en moet ik nog standvastiger zijn om met onbedekt gezicht door het leven te gaan. Ik heb eerder al met de manager een gesprek gehad over hoe hij daar mee om zou gaan. Het was lastig om zijn emoties op te vangen omdat zijn gezicht bedekt was tijdens het gesprek, maar ik kreeg de indruk dat hij het maar onzin vond, die uitzondering, maar ook geen zin had om te handhaven.

In ieder geval. Ik stap uit de auto en mijn hart begint letterlijk sneller en harder te kloppen. Ik vind het echt heel naar. Ik voel dat mijn lichaam een reactie heeft op het zien van mensen met bedekte gezichten, ik ervaar er stress door. Ook is het vervelend dat ik straks aangekeken en aangesproken ga worden omdat ik geen kapje draag. Gelukkig ben ik zelfverzekerd en kan ik goed voor mezelf opkomen, dat is niet iedereen gegeven.

Ok, ik ben binnen. Er stond niemand bij de deur dus dat viel al mee. Ik doe mijn boodschappen rustig maar wordt wel van alle kanten raar aangekeken. Er zijn duidelijk ook mensen die voor het eerst zelf een mondkapje opdoen. Die zijn heel ongemakkelijk steeds over hun gezicht aan het wrijven en het kapje wordt af en toe onder de neus geschoven voor wat frisse supermarktlucht. De hele winkel door en ik blijf de enige zonder kapje, het is flink druk.

poster in winkel

Bij de kassa aangekomen word ik eindelijk aangesproken door de cassière. ‘Mevrouw u moet een mondkapje op’. ‘Nee, ik heb een medische vrijstelling’ antwoord ik. ‘Ok, dan mogen we er verder niet naar vragen’. Ze vindt het duidelijk onzin.

Eigenlijk zou ik moeten zeggen dat ik geen kapje op WIL omdat het nergens op slaat, en omdat het ongezond is. En dan afwachten wat er gebeurt. Staan andere klanten mij bij? Negeren ze me? Word ik de winkel uit gezet? Bellen ze een BOA? Maar dat doe ik niet.

Wel bedenk ik vast alternatieve strategieën voor als het straks weer strenger wordt, want zo voeren ze het stapje voor stapje in, gewenning en acceptatie door de meerderheid. Zal ik dan een mondkapje opdoen en uit protest midden in de winkel flauwvallen? Of mijn kleuter naar binnen sturen om de weekboodschappen te komen doen? Luid tegen de arme vakkenvuller verkondigen dat ik nog maar 1 long heb, verkracht ben, of iets nog ergers…?

Helaas maakt de boosheid langzaam plaats voor verslagenheid. Strijdlust maakt plaats voor verdriet. Ik voel mijn sociale cirkel langzaam afbrokkelen, gewoon omdat er geen conversatie meer mogelijk is zonder dat het over C gaat. En ik me liever niet uitspreek over mijn ideeën. Die discussie heb ik al vaak genoeg moeten voeren en ik ben er moe van, na 9 maanden alweer.

Liever sluit ik me aan bij groepen die hetzelfde denken als ik. Zoals bijvoorbeeld ademvrij waar ik nieuwe mensen leer kennen, samen ervaringen kan delen, en kan lachen om grappige stripjes die deze absurde situatie goed weergeven. Letterlijk een verademing.

Waarom ik toch nog boodschappen ga doen? Omdat mensen met een ‘blote mond’ in het straatbeeld moeten blijven bestaan. Om mensen eraan te herinneren hoe het ook alweer was. En om anderen het lef te geven om ook hun masker af te doen. Hopelijk steken we elkaar aan met onze moed en in te tussentijd blijven we informatie verspreiden en hopen we dat men langzaam ontwaakt.